Bouwperiodes en zijn gebreken

Je bent opzoek naar een huis en snelheid is geboden want voor je het weet grijp je mis. Het is dan goed om weten waar je per bouwperiode extra op moet letten.  

Grofweg spreken we over zes bouwperiodes:

Vóór 1930
Sprake van eenvoudige bouwmethoden. Buitenmuren vaak enkelsteens, zonder spouw. Hout- en betonnen vloeren zijn vaak direct aangebracht op het zand. Kwaliteit bouwmaterialen: minder goed.
Vaak sprake van renovatie, veel bouwmaterialen zijn vervangen. Let goed op als dit niet het geval is!

  • Geen spouwmuren en dus geen isolatie;
  • Geen vloer- en dakisolatie;
  • Slechte staat houtwerk;
  • Oude elektrische bedrading (stoffen bedrading);
  • Slecht voegwerk;
  • Aanwezigheid van ondergrondse olietanks;  
  • Loden waterleidingen;
  • Scheuren in rioleringsbuizen (gres);
  • Asbest in de woning;
  • Slechte staat fundering;
  • Ontbreken van centrale verwarming.

Bouwperiode 1930-1940
Kwalitatief uitstekende bouw, waarschijnlijk beste bouwperiode voor jaren ’85. Er werden kwalitatief uitstekende materialen gebruik. En met name het voegwerk was erg sterk. Maar let op: veel gebreken zijn vergelijkbaar met de vorige periode, want vaak gebruik gemaakt van dezelfde bouwmethoden en materiaaltypen.

  • Versleten materialen;
  • Lekkages door roestvorming in ondersponning van de stalen kozijnen;
  • Vloer- en dakisolatie met verkeerde isolatiematerialen of verkeerd aangebracht;
  • Verouderde elektrische bedrading (stoffen bedrading);
  • Aanwezigheid van ondergrondse olietanks;
  • Loden waterleidingen;
  • Scheuren in rioleringsbuizen (gres);
  • Asbesthoudende materialen;
  • Aangetaste funderingen;
  • Het ontbreken van centrale verwarming.

Bouwperiode 1940-1960
Tijdens de oorlog werd er weinig tot niets gebouwd, en veel huizen werden tijdens de oorlog vernield. Na de oorlog moesten er daarom enorme aantallen huizen worden bijgebouwd. Hierdoor werd de nadruk gelegd op kwantiteit en niet op kwaliteit. Zodoende zijn deze huizen van een vrij slechte kwaliteit, uitzonderingen daargelaten. Kwaliteit bouwmaterialen: slecht.

  • Zettingsscheuren door een instabiele fundering;
  • Een doorgezakte fundering;
  • Aangetast houtwerk;
  • Koudebruggen door doorgestorte betonvloeren;
  • Scheuren in muren en metselwerk;
  • Het ontbreken van lateien;
  • Aanwezigheid van ondergrondse olietanks;
  • Loden waterleidingen;
  • Scheuren in rioleringsbuizen;
  • Aanwezigheid van asbesthoudende materialen;
  • Aangetaste funderingen (waardoor de vloeren doorzakken);
  • Verouderde elektrische bedrading (de stoffen bedrading);
  • Geen centrale verwarming (vaak zijn er nog gas- of oliekachels);
  • Uitgezakte of scheefliggende dakpannen;
  • Doorgezakte daken door zwakke dakconstructies;
  • Verouderde technische installaties.

Bouwperiode 1960-1965
In deze periode was de woningnood op zijn hoogst. Deze bouwperiode word wel gezien als de minst degelijke bouwperiode. Let op: in deze bouwperiode werd asbest standaard toegepast. Ook zijn deze woningen vaak gehorig doordat de betonvloer tegen elkaar werden gestort. Scheidingsmuren zijn vaak slecht geïsoleerd.

  • Aangetast houtwerk (houtrot);
  • Betonrot in vloeren en balkons;
  • Koudebruggen en contactgeluiden door doorgestorte betonvloeren;
  • Scheuren in rioleringsbuizen;
  • Aanwezigheid van asbesthoudende materialen;
  • Aangetaste funderingen;
  • Uitgezakte of scheefliggende dakpannen;
  • Doorgezakte daken door zwakke dakconstructies;  
  • Verouderde elektrische installaties zonder aardlek;  
  • Aanwezigheid van ondergrondse olietanks;
  • Geen centrale verwarming (vaak kom je nog de gas- of oliekachels tegen);  
  • Verkeerde isolatie of het ontbreken van isolatiematerialen;  
  • Slecht voegwerk.

Bouwperiode 1965-1985
Er werd meer aandacht besteed aan isolatie van muren, daken en vloeren. Let op: vanaf deze periode kan er sprake zijn van een kwaaitaal- of mantavloer. In deze vloeren kan betonrot voorkomen. Dit komt door het toevoegen van Calciumcloride waardoor het beton sneller droogde. Maar deze cloride tast de betonwapening aan.

  • Betonrot in de systeemvloeren (de kwaaitaal- en mantavloeren);
  • Aangetast houtwerk;
  • Aanwezigheid van olietank (meestal tot ca. 1970 in gebruik);
  • Slechte dakbedekking op platte daken;
  • Gehorige lichte scheidings- en kastenwanden (deze bestonden vaak uit gipsplaten);
  • Aanwezigheid van asbesthoudende materialen;
  • Aangetaste funderingen (met doorgezakte vloeren tot gevolg);
  • Uitgezakte of scheefliggende dakpannen;
  • Einde van de levensduur van met name betonpannen;
  • Aanwezigheid van gaskachels.

Bouwperiode 1985-heden
Kwalitatief betere bouw. Materiaal gebruik is beter ook worden er vanaf circa 1989 geen asbesthoudende materialen meer gebruikt. Deze bouwperiode kent de minste gebreken, door beter materiaal gebruik maar ook doordat het relatief nieuwe huizen zijn.

  • Slechte ventilatie in geïsoleerde ruimten;
  • Ongeschikte verbindingsmaterialen (bij prefab-elementen, vaak niet corrosiebestendig);
  • Lekkages in het isolatieglas;
  • Lood- en zinkslijtage.  

Ter afsluiting
Het is uiteraard niet gezegd dat je alle gebreken tegenkomt, maar het is goed om er extra op te letten. Heb je te maken met een huis uit de jaren ’60 dan is het goed om aan de verkoopmakelaar te vragen of er gebruik is gemaakt van een kwaaitaal of mantavloer. Sommige gebreken zijn soms moeilijk te beoordelen en kan dan ook lonen om een aankoopmakelaar in de arm te nemen.